• Jan 4th 2010

Gekkenhuis! Na twee weken chillen op en om het strand, realiseerde ik me ineens dat de tijd niet voorbijkabbelde, maar voorbijracete. Duiken met zo’n ongelooflijk lekkere duikinstructeur is natuurlijk wel allemaal leuk en aardig enzo, maar ik ben hier niet voor de vakantieliefde. Ik wilde meer van het binnenland zien om vervolgens Oud & Nieuw met al mijn nieuwe beste vriendjes aan de kust door te brengen.

Nachtbuschauffeurs van de hele wereld zitten in een complot om mijn ik-kan-overal-slapen talent op de proef te stellen. Hier doen ze dat door de airco op -20 te zetten en keihard accordeonmuziek te draaien. Nachtbuschauffeurs 0 – Linda 888: ik slaap overal! Na 15 uur in de bus was ik dan echt weg uit Taganga en in Medellin. Hoe tof het ook was voor deze chica om weer eens in een stad te verkeren, Medellin blijft toch een beetje het Rotterdam van Colombia. De grootstedelijke ambities ten spijt, het boerenkarakter schemert op allerlei manieren door. Zo hebben de jongens er een voorliefde voor het aloude matje en is het uitgaan van niveau Bob’s Saloon. Met de kerst was Medellin dood. Kerst zuigt overal. Op kerstdag (hier niet die onzin van een eerste EN een tweede kerstdag, dat dan weer wel) was er kerstbarbecue in het hostel. Vleesch vleesch vleesch op een kater!

Van Medellin door naar Salento alwaar ’s werelds hoogste palmbomen te bezichtigen zijn. Aanvankelijk wilde ik dapper het pad gaan hiken dat mij langs de geweldige Valle de Cocoro zou leiden. Na 10 minuten kwam ik echter een Taganga-vriendje tegen dat me informeerde dat ik kniehoog in de modder zou komen te staan. Ik hou dus al niet van hiken. Taganga-vriendje regelde bij de ingang een paard voor me en zo was het dat de lalala achterop (?) een paard een berg beklom. Ik voelde me een ware conquistador en liet me niet hinderen door het feit dat Daniel de Paardenknul (?) gewoon naast me liep door de modder. Verschil moet er zijn.

Magisch Salento bevindt zich 20 uur van Cartagena – de place to be voor Nieuwjaar. Dat is op te splitsen in 7 uur een overdagbus met reggaeton en 13 uur een nachtbus met salsa. Onderweg daarom opnieuw gestopt in Medellin, waar ik bovendien nog de Escobar-toer wilde doen. Medellin is de stad waar in de jaren 90 de terreur van Pablo ‘El Patron’ Escobar woedde. Na alle leveringen van The Sopranos twee keer gekeken te hebben, heb ik nogal de neiging goeds te willen zien in mafiabazen. Net als met Tony is dat met Pablo onmogelijk. Ik heb zijn huis, het dak waarop hij stierf en zijn graf gezien. Meer dan dat heb ik gehoord hoe wreed hij was. De jonge gidsen wonden echter geen doekjes om de ellende die er nog steeds speelt in Colombia. Wist u bijvoorbeeld dat in Colombia 5 miljoen mensen gevlucht zijn voor het geweld van FARC, paramilitairen, drugsbazen en overheid door elkaar heen? Dat aantal wordt alleen getopt door Sudan. De beruchte tijd is voor Medellin voorbij – nu hebben alleen de mensen op het platteland er nog last van. Over plattelandsmensen hoor je toch altijd minder dan over rijken in een grote stad. Gek is dat hè?

Ik ben vorig jaar in Libanon al geradicaliseerd en het eind van december is eigenlijk niet de tijd om een beetje politiek te gaan zitten doen. Door met het feest dus. Oud en nieuw gevierd in Cartagena, alwaar ik zo’n beetje alle backpackers lijk te kennen. Als je twee weken met mensen reist, weten ze meer over je dan je beste vrienden. Als je ze dan na vier dagen weer ziet, is het weerzien innig. Het feestje in Cartagena was mooi. Met de kater kwam het sentiment. Afscheid van mijn vriendjes en afscheid van Colombia. Morgen kap ik met backpacken. Ik skip de 22-uur bus naar Bogota en ga valsspelen door te vliegen. Ik skip de dorm en ga lekker bij rijke Cristina logeren. Overmorgen vlieg ik dan naar de VS alwaar ik zal moeten gaan werken. Waaaaah!


This post is categorised in Stories

This post is tagged

Categories