• Dec 24th 2009

In vrijwel ieder hostel in Colombia hangt een bordje waarop staat dat je geen drugs moet doen: ‘Cocaïne gebruiken is het gewapend conflict steunen’. Het is natuurlijk belachelijk om backpackers ook maar deels verantwoordelijk te maken voor de strijd die het land al meer dan veertig jaar in zijn greep houdt. Bovendien zou het conflict tussen de Colombiaanse staat en de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia–Ejército del Pueblo (FARC) juist gebaat zijn bij legalisering van cocaïne. De bemoeienis van de Verenigde Staten maakt dit echter onwaarschijnlijk.

De FARC is een guerrillabeweging die in 1964 werd opgericht na La Violencia – een tien jaar durende periode van extreem burgergeweld tussen aanhangers van de conservatieve en de liberale partij. La Violencia begon met de moord op een populistische politicus. Er wordt gespeculeerd dat de CIA achter deze aanslag zat. De FARC verzette zich voornamelijk tegen grootgrondbezit en eiste landhervormingen, geïnspireerd door Leninistische ideeën. In de jaren ’80 groeide de FARC en veranderde zij van koers om zich steeds meer met drugshandel bezig te houden. FARC telt naar schatting 11.000 leden, nadat ze de laatste jaren sterk in aantal is teruggebracht door beleid van de Colombiaanse overheid in samenwerking met de Verenigde Staten.

De aanduiding als guerrilla is significant: deze term wordt gebruikt voor een onevenredige oorlog tussen gewapende burgers en een machtig leger. De laatste jaren wordt de FARC – met name door de VS – afgeschilderd als een terroristische beweging en een criminele organisatie. In het eerste geval wordt de nadruk gelegd op geweld tegen burgers en wordt de beweging geassocieerd met andere terreurgroepen zoals Al Qaida. In het tweede geval wordt de ideologische wind uit de zeilen genomen. In beide gevallen wordt sympathie vrijwel onmogelijk.

Narcostaat
Waar de organisatie vroeger kon groeien omdat burgers sympathiseerden met haar idealen, is lidmaatschap van de FARC nu min of meer een baan geworden. Colombia is een narcostaat. De belangen die omgaan in de drugshandel zijn de belangen van de elite. Drugsbaronnen en politici kunnen in Colombia dezelfde persoon zijn. Het beleid dat de overheid formeel voert staat volkomen los van het beleid dat de overheid daadwerkelijk uitvoert. De politie bestrijdt drugs samen met dealers. Ter voorbeeld: in backpackersplaatsen aan de kust betekent dit dat de dealer verdient met het verkopen van cocaïne aan toeristen (straatprijs tussen de 3 en 8 euro per gram) en informatie aan de politie. De politie verdient met het ‘beboeten’ van diezelfde toeristen (kosten tussen de 80 en 100 euro afhankelijk van of de toerist bankpassen op zak heeft). Cocaïnehandel is lucratief en een belangrijk onderdeel van de wereldeconomie (zie The economics of cocaine capitalism). Cocaboeren zijn overgeleverd aan de grillen van de corrupte Colombiaanse regering en het Amerikaanse buitenland- en drugsbeleid. Voor jongeren op het platteland biedt de FARC kost en onderdak – basisbehoeften die op andere wijze moeilijk zijn te verkrijgen. De keuze tussen politie, leger of FARC is zo verbazingwekkend gelijk.

Oplossingen
Het is de vraag of het conflict ooit opgelost kan worden. De vader van de huidige, ultraconservatieve president Uribe is door de FARC vermoord. Uribe is meerdere malen aan de FARC gedane beloftes niet nagekomen en de FARC weigert nu mee te werken aan overleg. Het is dan ook te betwijfelen of de FARC nog wel een guerrillabeweging is: het is volstrekt onduidelijk welke eisen zij nu aan de staat stelt. De FARC gedraagt zich bovendien volgens de theorie van de overlevende organisatie: bestaande structuren zullen altijd proberen macht te behouden.

Legalisering van cocaïne zou de voornaamste inkomstenbron van de FARC wegnemen en de organisatie daarmee enorme schade toebrengen. Legalisering creëert bovendien werkgelegenheid. De cocaboeren die nu willekeurig worden bestreden, kunnen weer terugkeren. Het zal daardoor veel moeilijker worden voor de FARC om onder die populatie te recruteren. Legalisering doet geld van de informele naar de formele economie stromen, geld dat gebruikt kan worden om het land verder op orde te brengen. Legalisering van cocaïne is tot slot ook het opsteken van de middelvinger naar de Verenigde Staten. Hun imperialistische beleid in de Latijns-Amerikaanse achtertuin is immers waar het allemaal mee is begonnen.

Dr. Linda Duits is als sociaal-wetenschapper verbonden aan de UvA, maar momenteel hoofdzakelijk backpacker in Colombia.

Dit stuk verscheen als blogpost op DeJaap.


This post is categorised in Stories

This post is tagged

Categories