• Nov 27th 2009

Hoewel ik wist dat ik december wilde gaan reizen, ben ik toch redelijk halsoverkop vertrokken op een nieuwe trip. Omdat Marije me een Lonely Planet Colombia gaf voor mijn verjaardag, besloot ik dat het Colombia ging worden en niet de -Stans (te koud) of China (te gewoon). Voordat ik wegging zat ik flink door te stressen over deze grootste onvoorbereidbeid. Had steeds het gevoel dat ik wat vergat. Eenmaal in het vliegtuig was dat helemaal weg. Ik wist wat ik vergeten was (printjes van mijn nieuwe biopaspoort, mijn aantekeningen Spaans) en het enige dat ik nog kon doen was avonturen beleven.

Ik vloog via Houston, Texas. Het cliché van Texas is waar. Het vliegveld is enorm en de stoelen zijn groot genoeg voor de vele obese mensen die er rondlopen. De VS is heel verwelkomend. Bij de douane hangt een lijstje met wat het personeel haar klanten belooft: ‘We plegde to treat you with respect, we pledge to listen to your comments’) en alles is tweetalig. Het overstappen in de VS was spannend. Ik krijg zo de kriebels van Amerikanen. Amerikanen zijn de bijl aan de stam der beschaving enzo. Bovendien zat ik hem na alle grappen thuis over de Farc best te knijpen. De douanemeneer vroeg me waar ik naar op weg was in transfer. Toen ik ‘Colombia’ antwoordde, vroeg hij me ‘waarom?’. Geef daar maar eens antwoord op. Hij vroeg me ook of ik fruit bij me had. Op dat moment realiseerde ik me dat ik nog vier appels in mijn tas had. Ik loog en hij stempelde en ik was on my merry way.

Ik kwam ‘s avonds laat aan in Bogota op een best wel shabby vliegveld. Een donkere stad is altijd vervreemdend en je zit dan toch een beetje angstig in de taxi je bewust te zijn dat je alleen bent en al je geld bij je hebt. In het hostel nog een paar biertjes gedronken en dus meteen al vrienden gemaakt. Dat gaat hier muy rapido. Vrijwel iedereen reist alleen en iedereen wil dus met je kletsen. Mijn nieuwe beste vrienden zijn Jack en Rory. Jack is een Aussie met de buik en de gezichtsuitdrukking van Gijs Gans. Rory is een zwetende Ier met een afrokapsel en afrobaard. Rory heeft de hots voor me en werd gisteren tijdens het salsadansen extreem handtastelijk. Tijdens zijn betastpogingen bleef hij maar zeggen ‘ssssshhh, they all resist at first’ wat volgens mij een steengoede oneliner is voor een Hannibal Lector-film.

De backpackscene is verder same old same old. Ik rol eenvoudig in mijn parallelle leven. Waar ga je heen, waar ben je geweest. Kenmerkend aan de Latino scene is het gepronk met Spaans. Meerdere mensen zijn hier voor een langere periode om bijvoorbeeld te vrijwilligeren en Spaans te leren. Als ze dat dan eenmaal kunnen, willen ze dat ook graag laten zien. Dat is extreem vermoeiend. Jack bijvoorbeeld wil met iedere taxichauffeur kletsen, bij iedere voorbijganger die we om de weg vragen ook informeren naar gezondheid en kroost. Al snel krijg je dan van die onzinverhalen over ‘het echte Peru’ of ‘de authentieke Colombiaan’.

Gisteren gingen we met een Colombiaanse vriendin van Jack op pad. Ze wilde ons iets anders laten zien dat het toeristische, koloniale centrum. Ze bracht ons naar… een winkelcentrum. De teleurstelling op Gijs Gans’ gezicht was enorm. Een Levi’s Store hebben ze in Australië ook. In het winkelcentrum waren we echter getuige van het hoogtepunt van de reis dusver. Op een podium bedekt met namaaksneeuw (geen cocaïne maar ook niet geproefd) traden 20 identitieke meisjes aan. Alleen gekleed in een soort badpak met rafels waaronder een zilveren hipster pronkte, hevig opgemaakt en op hoge hakken. Voor een publiek van peuters dansten ze vervolgens de cancan op Kerstliedjes. Ik rolde op de grond van het hardop lachen.

Inmiddels heb ik het gevoel alsof ik hier al tijden ben. Ik beleef avontuur op avontuur. Okay gelogen, na de kerstsletjes en het salsadansen heb ik nog maar een ander avontuur beleefd: met het openbaar vervoer naar Zipoquira alwaar zich een ondergrondse kathedraal van zout bevindt. Ik heb lekker helemaal geen plannen en nog 5,5 week te gaan. Adios!


This post is categorised in Stories

This post is tagged

Categories