• Feb 2nd 2005

Vorige keer schreef ik enthousiast dat ik veel zin had om met de nachtbus te gaan. Ik wist toen nog niet wat me te wachten stond… Groot onheil was in aantocht, het ongeluk naderde… De bus waarme we gingen was de meest rammelige bus die we tot nu toe in Brazilië hadden gezien. Dat zegt niet zo veel, want de bussen zijn hier erg goed en we hebben in heel wat slechtere bussen gezeten – in Laos, Guatemala en Bolivia bijvoorbeeld. Maar deze bus stak toch af tegen de andere bussen die rondrijden op de rodoviaro, het busstation. Na een paar uur lief te hebben geslapen, werd ik wakker door een raar geluid. O o, dacht ik, een ongeluk! Jeroen als jongen wist direct dat dat het geluid was van een lekke band bij een van de achterwielen. Geen probleem, we reden met de lekke band naar een borracharia. Eerst dacht ik dat dat een plek was waar je borracha kan worden, borracha is Spaans voor dronken. Maar in Brazilië spreken ze geen Spaans maar Portugees en hier is een borracharia een bandenwinkel. Het reservewiel werd er op gedaan en woohoo, we waren weer onderweg.

Het reservewiel zag er echter nogal versleten uit en de Brazilianen op de bus schreeuwden moord en brand om een nieuwe bus. Halverwege waren we bij de centrale garage van Pluma, onze busmaatschappij en daar werd de reserveband verwisseld voor een beter band. Dit was echter niet voldoende voor de Braziliaanse schreeuwers en ze eisten een nieuwe bus. Na lang schreeuwen kregen ze die ook. Een andere bus, die toevallig ook bij de reparatie stond. Je vraagt je af waarom…. Maar woohoo, we waren weer onderweg.

Na een paar uur in deze nieuwe bus, werd ik wakker en stond de bus stil. Ik keek voorin en zag dat de buschauffeur zat te slapen. Wel heb je ooit! dacht ik. Het bleek echter dat de motor het had opgegeven en dat we stil stonden omdat de bus stuk was. Na anderhalf uur wachten aan de kant van de weg werden we opgepikt door een andere Pluma bus en woohoo, we waren weer onderweg.

In al mijn reizen heb ik nog nooit buspech gehad. Nu, twee keer in een nacht. Dat is geen toeval, dat is Pluma. Ik raad jullie dan ook aan nooit met Pluma te reizen. Ik verzoek jullie ook iedereen die je kent die naar Zuid-Amerika gaat (want deze prutsers rijden ook op andere landen in de regio), te zeggen dat Pluma slecht is. Doorendoorslecht. Stop Pluma!

Anyways, uiteindelijk kwamen we aan in Foz do Igauçu. Hier bevindt zich niet alleen een van de natuurlijke wereldwonderen, maar ook een van de zeven wonderen van de moderne tijd. Ik vraag me dan altijd af welke de andere zes zijn, maar dat zeggen ze nooit. Degene die het antwoord als eerste mailt, zal beloond worden met een mooie souvenir.

Foz staat het meest bekend om de watervallen van Igauçu, inheems indiaans voor Grote Wateren. Deze watervallen zijn groter dan die van Niagara en dat vertellen ze je hier dan ook om de drie seconden. De watervallen bevinden zich op de grens van Brazilië en Argentinië, twee landen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen (het is een voetbaldingetje). Deze landen wedijveren dus om de toeristische gunst en dat doen ze door elkaar proberen af te troeven met toeristische tuttigheid. Zo moet je aan de Argentijnse kant met een treintje dat nog langzamer gaat dan in de Efteling, terwijl je daar tenminste nog het park ziet en niet alleen maar bos (niet-Atlantisch regenwoud ofzo). De Braziliaanse kant organiseert echter helicoptervluchten over de watervallen. Aangezien ik nog nooit in een helicopter was geweest, telden we graag 60 Amerikaanse dollars de man neer voor een ritje van 10 minuten over de grooste, hoogste, breedste, meest volimunieuze (doorhalen wat niet van toepassing is) watervallen ter wereld. Het was geweldig. Absoluut het hoogtepunt van deze reis tot dusver. Ik kwam helemaal high uit de helikopter. Ik kan niet beschrijven hoe tof het was, maar Jeroen heeft een foto van me gemaakt toen ik uit de chopper kwam en die spreekt boekdelen. Supergaaf!

We hebben de watervallen ook van dichterbij bekeken, zoals je doet bij toeristische hoogtepunten. Dat verhaal sla ik even over, dat komt wel tijdens de vele dia-avondjes die we gaan organiseren om jullie onze 300 foto`s op onze grote televisie te laten zien!

Vandaag zijn we dan naar een van de wonderen van de moderne wereld geweest, de dam van Itaipu. Volgens de folder en de voice over in de bus, de grootste hydro-electronische centrale in de wereld. In totaal had je met het cement dat gebruikt is, ook 21 Maracana stadions kunnen bouwen (jullie weten wel, het stadion van Rio, ook al het grootste in de wereld). Met al het ijzer en staal dat is gebouwd, had je ook 380 Eiffeltorens kunnen bouwen. Waarom je dat zou willen doen, weet ik niet, maar de dam is groot. We werden eerst getracteerd op een promotiefilmpje waarbij Triumph des willens in het niets verbleekt. Lachende kindertjes en heel veel water. De trots van Brazilië. Het is een samenwerkingsverband met Paraguay en levert 90% van de energie van Paraguay en 25% van Brazilië. Ik vond het geweldig. Om de dam te maken hebben ze wel een van de andere beste watervallen in de wereld voorgoed kapot gemaakt en hebben ze schade aangebracht aan het milieu die niet te overzien is, maar hé, het is een knap stukje industrieel werk. Brazilië heeft 8% van de zoetwater voorraad van de wereld en een energiebron die in theorie onuitputtelijk is. Tijdens het promotiefilmpje vertelden ze ons dat met de Itaipu dam Brazilië niet langer tot de derde wereld behoort, maar concurreert met de eerste. Dat zeiden ze ook heel trots, en toen kwamen de lachende kindertjes weer. Ik werd er wel een beetje bang van… Itaipu betekent zingende rots in inheems Indiaans. Waar nu de dam stond, was vroeger een rots waarop het water nogal ritmisch tikte. Romantisch hoor. De reisgidsen (geschreven door eerste wereld bewoners) klagen dat de dam te veel schade heeft aangebracht aan deze prachtige natuur. Ze schrijven ook dat de toeristische faciliteiten rond Igauçu afdoen aan de ervaring van de watervallen. Maar dankzij de dam en dankzij de watervallen heeft deze stad kunnen groeien, is er werkgelegenheid, toeristische dollars en heel veel schone energie. De trots van Brazilië en wij hebben het mogen aanschouwen…

(pauze voor dramatisch effect)

Tot slot nog iets over die werkgelegenheid. Ik vraag me af hoe er uberhaupt nog werkeloosheid kan bestaan in dit land. We gingen plakband kopen in een kantoorboekhandel en daar waren zeker 30 mensen aan het werk. Een paar bij de ingang, twee in ieder gangpad voor het geval je iets niet kan vinden, twee aan het eind van ieder gangpad om je naar de kassa te sturen en bij iedere kassa een om je naar de kortste rij te verwijzen. Dan nog cassieres en mensen bij de uitgang. Overigens was winkel even groot als een gemiddelde Etos. Ook in restaurants zijn heel veel mensen aan het werk. Je krijgt van één een briefje, een ander schrijft wat je wilt op een briefje, weer een ander gaat het halen, dat herhaalt zich in de drankjesafdeling, dan is er een afrekenpunt en iemand bij de uitgang die controleert of je uitrijbewijs wel geldig is. Wij als efficiente Nederlanders kunnen er alleen nog maar om zuchten.

Dat was het voor vandaag. We gaan nu weer met een nachtbus (geen Pluma!!) naar een ander strand. Werken aan onze kleur.

Chau!

PS Nog steeds 0 keer beroofd. Mijn moeder liet ons weten dat ook zij nog steeds 0 keer is beroofd.

Erratum:

Direct na het versturen van mijn lofzang op de Itaipu dam werd ik op de vingers getikt. Met het cement van de dam kan je geen 21, maar 210 stadions bouwen. Of 14 kanaaltunnels. Je mag kiezen.


This post is categorised in Stories

This post is tagged

Categories