• Feb 12th 2005

We zijn in de staat Minas Gerais (letterlijk algemene mijnen), ten noorden van Sao Paolo en Rio en ongeveer zo groot als Frankrijk. Een van de hoogtepunten van deze regio is volgens de onmisbare Lonely Planet het leren van de rijke geschiedenis van deze staat. Leren is inderdaad leuk (hoewel een hoogtepunt… ben wel een nerd maar weet niet of ik zo’n grote nerd ben…) en daarom hebben we de steden Ouro Preto, Sao Joao del Rei en Tiradentes bezcht, de pareltjes van deze regio. Omdat ik nu bij de universiteit werk is het ook mijn taak om kennis te verspreiden. Vandaag trakteer ik jullie daarom op een les kleine geschiedenis van Minas Gerais. De les is niet echt wetenschappelijk verantwoord, omdat ik wel Portugees kan lezen als het gaat om de regels van het hotel (dan is het gewoon nep-Spaans), maar op bordjes in het museum wordt me iets te moeilijk (dan is het gewoon een andere taal).

Rond 1695 werd er voor het eerste goud gevonden in Minas. Het goud werd echt ´gevonden´, het leek gewoon voor het oprapen te liggen. De bergen rond Ouro Preto bleken de grootste voorraad goud ter wereld te bevatten. Hierop volgde een grote goudkoorts die wel 100 jaar de regio beheerste. Slaven werden uit Afrika gehaald om in de bergen leeg te halen, Portugezen struikelden over elkaar om naar Minas te emigreren en iedereen werd rijk. Nou ja, natuurlijk werd vooral de koning van Portugal rijk, evenals de adel van Portugal, misschien zelfs de burgerij van Portugal, maar de mensen hier betaalden vooral veel belasting. Het goud werd namelijk uiteraard weggescheept naar Portugal en Brazilië zelf heeft er relatief weinig aan overgehouden. Dit verhaal hebben sommigen van jullie in een andere vorm al eens eerder gehoord, namelijk over het zilver van Bolivia. Hé ziedaar! Een eerste overeenkomst tussen Brazilië en normaal Spaans sprekend Latijns-Amerika!

Ouro Preto was dus de grootste goudmijn. Ouro ligt tussen prachtige bergen met een blauwe gloed die vol bleken te zitten met goud. Goud was overal, maar voedsel soms niet. Zo zijn er verhalen over mensen die stierven van de honger met klompjes goud in hun hand. Portugal was natuurlijk zo slim om direct een fikse belasting in te stellen: een vijfde van al het gevonden goud moest worden afgestaan aan Koning Joao V. Op een goed moment kregen de mensen van Ouro Preto daar genoeg van en werd er door een groepje gegoede burgers een opstand gepland, die bekend is komen te staan als de Inconfidencia Mineira.

In 1789, gevoed door de Franse revolutie, waren ze van plan in opstand te komen tegen hun koloniale overheersers. Ze werden echter gepakt voordat ze iets konden doen en van een opstand kwam dus niet veel terecht. De opstandelingen werden ter dood veroordeeld en vastgezet. Ze zouden gevierendeeld moeten worden en hun ledematen verspreid over de regio om anderen van ideeen af te helpen. De meesten van hen verloochenden de opstand, maar een van hen, Joaquim José da Silva Xavier, hield voet bij stuk. Hij staat beter bekend als Tiradentes, de tandentrekker, omdat hij naast gegoede burger ook tandarts was. Uiteindelijk zette de keizer het vonnis om – waarschijnlijk omdat hij geen martelaars wilde creeren – maar de gratie kwam te laat en Tiradentes was al in vier stukjes over Minas verspreid. Deze Tiradentes is de held van Brazilië. In iedere stad is wel een plein dat naar hem is vernoemd, liefst met een groot standbeeld. Hij wordt vereerd. Maar als je het goed bekijkt, heeft die Tiradentes niet echt veel betekend voor Brazilië. Eerlijk gezegd was het een beetje een flapdrol. Zijn opstand heeft nooit plaatsgevonden, zijn dood was een ongelukje en zijn bijnaam ook niet echt een staaltje creatief omgaan met taal.

Even terzijde: Brazilië werd onafhankelijk in 1822, niet door eigen opstandelingen maar door toedoen van de zoon van de Portugese keizer. Het was de keizer van Portugal een beetje te heet onder de voeten geworden in Europa, waar onze grote kleine Napoleon huis aan het houden was. Hij had zijn hof opgepakt en verplaatst naar Brazilië. In 1821 hadden de Portugezen er genoeg van en eisten ze dat hun keizer naar huis terugkeerde. Hij liet zijn zoon achter, die spontaan zijn zwaard in de grond stak en riep ´onafhankelijkheid of de dood´ en zo Brazilië onafhankelijk maakte. Niet echt een heldenverhaal van onafhankelijkheid, waarschijnlijk de reden waarom al die pleinen Praça Tiradentes heten en niet Praça Pedro.

Nog een terzijde, een andere grote nationale held is Tancredo Neves. Hij was de eerste democratisch gekozen president van Brazilië, maar stief voordat hij het ambt kon aanvaarden. Ook een beetje een mislukte held dus, maar dat maakt voor Brazilianen niets uit. Neves ligt in Sao Joao begraven, toevallig ook de geboorteplek van Tiradentes en hier zijn ze van beiden helemaal gek.

Maar goed, we waren nog in de koloniale periode bij het goud goud goud. Ouro Preto was op haar hoogtepunt in het midden van de 18e eeuw, met 110.000 inwoners groter dan New York in die tijd. Ouro was rijk en dat wilden ze laten zien. Ze hebben daarom een enorme hoeveelheid kerken neergezet op alle bergtopjes en in alle dalen er tussen in. Ouro is maar klein (ik denk dat het even groot is als Nieuwkoop, waar ik nog nooit ben geweest maar waarvan me verteld is dat het erg klein is) en daarom zijn de kerken dikbezaaid. Ouro is echt prachtig, maar misschien een beetje te mooi van mooiheid. Sao Joao del Rei (uit te spreken als iets van zou zjou de hee) is ook niet groot, heeft iets minder kerken maar nog steeds een aanzienlijk aantal. Dit is wat meer een stad waar ook gewoond en gewerkt wordt en daarom vinden we dit leuker. Maar ook hier pitoreske straatjes met bont geschilderde huisjes en om de paar blokken een kerk. Tiradentes (vernoemd naar …) is heel klein en bestaat alleen nog omdat er iedere dag een stroomtreintje van Sao Joao naartoe tuft dat vol zit met toeristen. Tiradentes heeft slechts vier kerken, maar Tira is dan ook nog kleiner dan Nieuwkoop (als dat al bestaat). Iedereen begrijpt dat ook wij moet het stoomtreintje zijn gegaan en aan ons vergaapt hebben aan de koniale prachtige prachtigheid.

Allemaal even prachtig dus, die kerken, met allemaal veel gouden versiersels en dezelfde prachtige architectuur. Dat hebben we te danken aan Aleijadinho, die wel de Michelangelo van Brazilië wordt genoemd. Hij was een kunstenaar die hout bebeitelde en er zo mooie altaren en façades van kerken mee knutselde. Op zijn 30ste verloor hij zijn handen aan de lepra, maar hij liet zijn beitel aan zijn stompjes vast maken en kunstenaarde er dus op los. Iedere kerk hier is voorzien van zijn kunstwerken, die zo beroemd zijn vanwege de anatomische correctheid en de artistieke creativiteit. Zijn werk betekende een breuk met de voorheen populaire excessen van de baroque en bracht de meer subtiele rococo. Na drie kerken weet je het eigenlijk wel, maar we hebben dapper doorgezet en zo veel mogelijk geprobeerd te bekijken. Op de dia-avond zullen jullie dus worden getrakteerd op veel religiositeit en zullen jullie uiteraard overhoord worden over deze les Braziliaanse geschiedenis.

Next stop: Rio de Janeiro!


This post is categorised in Stories

This post is tagged

Categories