• Feb 16th 2002

Inmiddels ben ik weer terug in Bangkok, na een week op een eiland te hebben gezeten. Ko Samed, zo heet het, is een beetje afgesloten van de wereld en internet is er 10 keer zo duur. Vandaar dat het wat langer duurde, maar hier ben ik dan weer.

Zaterdag kwamen we helemaal doorzweet aan op het eiland, in de Thaise golf ten zuidoosten van Bangkok. Het strand met al haar witheid en de zee met al haar blauwheid en afwezigheid van menshaaien lonkten al uitdagend naar dit witterige meisje. Maar het was weekend en alle accomodatie was ingenomen door de Thai. Heen en weer gelopen en uiteindelijk een kamer gedeeld met twee Engelsen. Aardig stelletje, beetje dom alleen. Die jongen was namelijk in Bangkok in de zogenaamde ‘gemscam’ gestonken, die uitgebreid oimschreven staat in de Lonely Planet. Zijn hele budget, zo’n 1000 engelse ponden, was hij kwijt aan deze truc om toeristen te lokken in het kopen van juwelen met de belofte dat zij deze thuis voor een vette winst kunnen doorverkopen. Dom dus. Maar goed, de zee was fantastisch, het was heerlijk om eindelijk op het strand te zijn, daar had ik zo lang naar uitgekeken, superrelaxed!

Het eiland is eigenlijk een soort vakantieparadijs, veel Engelsen die maar een paar weekjes in Thailand zijn. Dat betekent ‘s avonds disco en veel zuipen. Ik was daar best wel door teleurgesteld, want daar was ik niet voor naar de andere kant van de wereld gekomen! De mensen die je dan ontmoet zijn een beetje oppervlakkig. Ook wel veel aardige mensen ontmoet, maar het langlevedelol sfeertje zie ik liever op tv in een reportage over Salou dan om mij heen in Thailand. Maar goed, ieder zijn ding!

We sliepen daar uiteindelijk de laatste dagen in een houtje hutje – leuk! – met een houten bed – au! – pal aan het strand. Overdag dus lekker relaxen, beetje bruin worden, beetje in de Lonely Planet lezen, ‘s avonds chillen en video kijken (ze draaien alles, Lord of the Rings, Training Day, Oceans Eleven – niet allemaal gezien hoor, video kijken is namelijk SUF als je in het paradijs bent!) of wat babbelen met mensen.

Ook al voelde alles redelijk commercieel aan, je kon ook daar wat van Thailand voelen. Buddhisme is overal. De mensen die daar werkten brengen elke dag offers aan de Buddha en brengen wat bloemen etc. naar het huisje voor de geesten. Dit wordt zo mooi mogelijk gemaakt opdat de slechte geestje dat huisje zullen verkiezen boven het werkelijke huis. Sommige Thai zijn erg vriendelijk en moeten om alles lachen, andere Thai lijken wat afgestompt door alle toeristen. In Bangkok kan je niemand vertrouwen want iedereen wil geld aan je verdienen door je naar een bepaalde plek te loodsen. Je wordt trouwens gek van alle dingen die je aangeboden worden, fruit, noten, kleding, Thaise massage, iedereen wil alles aan je slijten. Overigens zie je erg veel vieze westerse mannetjes met Thaise vrouwen – gatverdamme! De Thai zijn de hele dag bezig met koken. Thais eten is erg goedkoop maar erg heet en daar hou ik niet zo van. De porties zijn wel klein. Bier is twee keer zo duur als het eten. Een grote fles Thais bier kost soms meer dan een slaapplaats!!

Zondag ga ik vertrekken richting het Noorden met als eindbestemming Chiang Mai. Later daarover dus meer. Nu nog twee dagen in Bangkok… Iedereen veel groetjes,

jullie wereldreiziger

Els: bedankt voor de muggenmelk – niet overal malaria maar wel overal muggen!
Jeannette: bedankt voor de broek – draag hem de hele tijd!
Jeroen: bedankt voor het horloge, ik weet hoe laat het is! (17.15!)
Saskia: mis jou ook hoor! niet getreurd!


This post is categorised in Stories

This post is tagged

Categories