• Feb 24th 2002

Jullie hardreizende wereldreiziger zit nog steeds in Chiang Mai en heeft besloten het iets rustiger aan te doen. Vanaf mijn aankomst in Bangkok, nu drie weken geleden, heb ik namelijk al een boel gezien en gedaan en het was tijd een beetje te chillen zoals dat heet. Moni, het Deense meisje met wie ik aan het reizen was, is even doorgegaan naar het noord-westen om nog wat meer treks te doen, maar daar had ik niet zo’n zin in. In plaats daarvan doe ik het dingetje even in een rustig tempo vanuit Chiang Mai. Zaterdag of zondag zullen we in het noorden de grens met Laos overgaan en dan is het weer twee weken zoveel mogelijk proeven.

Chiang Mai is echt een geweldige stad. Het is hier vrij klein, dus je kan in de stad alles zien als je gaat lopen of fietsen. Een beetje rondwandelen geeft een goede indruk van de stad. Er zitten hier heel veel massagesalons, waar je ook cursussen kunt doen (‘een souvenir voor je geliefden’ – zoals ze het aanprijzen!), veel internetcafés, veel kleermakers, waar je een heel pak hand kan laten maken voor 100 piek, inclusief twee stropdassen en een overhemd en veel tempels. Verder is er een grote avondmarkt, waar ik al goed mijn afdingtechnieken heb geoefend. Ik ben nu de trotse bezitter van een (namaak natuurlijk!) Dolce & Gabbana truitje voor slechts €3. De eerst genoemde prijs was €11 dus je ziet, ik ben hartstikke goed!

Gisteren het nabijgelegen tribal museum bezocht, net iets buiten de stad. Het was wel interessant iets meer te leren over de bergstammen, over hun rites, hun manier van leven en over de manier waarop de Thaise overheid omgaat met deze minderheden. Het beleid is eigenlijk tweezijdig, aan de ene kant proberen ze de stammen te integreren in de Thaise maatschappij, bijvoorbeeld door hun volledig burgerschap te geven en door het aanleggen van waterleidingen om ze meer te betrekken bij de bewoonde wereld. Aan de andere kant proberen ze de identiteit van de stammen te behouden en af te schermen van de beschaafde wereld. Deze punten zijn dus nogal strijdig en bovendien met al het toerisme is het tweede punt onmogelijk geworden. Je komt er dan al snel achter dat het eigenlijk gaat om het stoppen van de opiumteelt. Voor veel stammen is dit het belangrijkste gewas, de meeste stammen zijn opiumverslaafd. Bovendien levert opium veel geld op. Opium is alleen heel erg illegaal en de Thaise regering maakt internationaal een slechte beurt als ze opiumteelt toestaat. Tijdens mijn trek heb ik dan ook heel wat afgebrande opiumvelden gezien. De gids vertelde ons er wel nog even bij dat de Verenigde Staten jaarlijks tonnen opium afnemen van de bergstammen om er morfine van te maken. Je merkt hoe dubbel het allemaal is.

Vandaag ben ik met mijn nieuw opgedane kennis een toer langs drie stammen gaan maken. Om 8 uur ‘s ochtends werden we in een minibusje geladen om als megatoeristen al rijdend langs wat attracties in d ebuurt gevoerd te worden.

De eerste stop was de orchideefarm. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat bloemen en Linda’s niet van elkaar houden, dus dat was niet aan mij besteed. De opgespelde bloem dan ook snel stiekem weer verwijderd.

Tweede stop was de grot van Chiang Dai. Dat was op zich wel heel erg mooi, ware het niet dat de groepen af- en aangevoerd werden en ik het idee kreeg dat mijn groep niet echt geïnteresseerd was in de grot of de geschiedenis, maar in het maken van de mooiste foto’s en dan weer snel terug de bus in… De grot was echter heel mooi, allemaal uitgehouwde Buddha beelden en grotten zijn eigenlijk sowieso gewoon cool en koel.

Hoe dan ook, snel de bus weer op en op naar de voornaamste attractie, de Karen-stam oftewel de lange-nekken-stam, je kent het wel, vrouwen met van die ringen waardoor hun nek lang lijkt. Nou weet dit gestudeerde meisje toevallig van een stenciltje dat uitgedeeld werd in de bus, dat niet de nek wordt uitgerekt, maar de ribben naar de beneden worden gedrukt. De nek lijkt dus langer, maar het zijn de ribben die misvormd zijn. Het dorpje van de stam was geen dorpje, maar een soort markt waar chagrijnig kijkende langnekmeisje probeerden hun waar te verkopen. Deze stam doet de hele dag niets anders dan op de foto gaan. Het was één grote toeristenshow en ik voelde me bijzonder ongemakkelijk. Mijn bezoek aan de Lisu-stam tijdens mijn driedaagse trek was echt heel anders, daar werden we opgenomen in de stam en je zag de mensen hun dagelijkse dingen doen. Dat zou ook een voorstelling kunnen zijn, maar dan lijkt het tenminste nog ergens op. Het was een dierentuin! Er waren zelfs zogenaamde ‘westerse’ toiletten met wc-papier! Dat heb je in de meeste guesthouses niet!

Naast de Karen wonen de Akhu maar ook daar niet echt een blik in het leven van de bergstam. Je gaat dan ook afvragen hoe belangrijk het is dat deze stammen behouden blijven. Ook die meisjes hebben het recht om hun eigen manier van leven te kiezen en wie wil er nou echt in een houten hutje wonen terwijl de rijksten van de wereld proberen een tasje van je te kopen voor geen 3, maar 2 euro???

Tenslotte ook nog de Khong bezocht, de grootste bergstam die in Thailand woont, zo’n 100 000 exemplaren maar liefst. Hier was het iets beter, maar ik had wel erg het gevoel dat mijn dag was verpest. Nu pas laat terug in het guesthouse en kan dus met een bekocht gevoel naar bed. Ik realiseer me wel dat niet alles leuk kan zijn en dat het misschien mijn eigen domheid was dit uitstapje te boeken. Je kan beter niet met rijke Amerikanen van 55 in een bus zitten, ik had moeten weten hoe laat het was… Niet getreurd, er is nog een boel te zien en te ontdekken en we gaan gewoon vrolijk door!


This post is categorised in Stories

This post is tagged

Categories